dinsdag 2 augustus 2011

COCHEM - BLANKENBERGE AAN DE MOEZEL

COCHEM

Tourist-Information Cochem, Endertplatz 1 (Postfach 1550), 56812 Cochem. Tel. 02671/60040. email: info@ferienland-cochem.de

Cochem Sehl ligt L. aan een lange meander, de Cochemer Krampen (R. ligt Cochem Cond). Met 500.000 overnachtingen en ca. 2,5 miljoen bezoekers per jaar is Cochem een van de drukst bezochte plaatsen aan de Moezel.

In de oorkonden (886) komt Cochem voor het eerst voor als de tolplaats “Cuachoma”, op dat ogenlbik hoorde de het gebied bij de abdij van PrümHet huidige tolhuis dateert uit 1642.

De Brauselay Felsen (220 m) die recht de Moezel induiken, worden ook de Loreley van de Mosel genoemd.

De Cochemer zijn in Duitsland bekend om hun grappen – de Steckelscha. Voor sommige van die verhaaltjes werden zelfs monumenten opgericht; de Cochemer vinden dat hun humor dat waard is.

Idyllisch gerestaureerde Altstadtkern, met enge straatjes en vakwerkhuizen in Moselbarok en de ME stadspoorten (Balduinstor[1], Martinstor en Enderttor met de oude muurrrestanten).

De Endertplatz (parking) is een goed startpunt voor de verkenning van de Altstadt. In de Enderttor kan men nog goed het wachtershuisje, de stadsgevangenis en het woonhuis “Alte Thorschenke” herkennen. De omwalling werd gebouwd na toekenning van de stadsrechten in 1332 door Balduin von Luxemburg.

Via de trappen “Hinter Kempeln” komt men op de Klosterberg. Hier stond in 862 de burcht Kemplon. Op het terrein van het huidige bejaardentehuis stond in 1576 een woontoren (Bergfrieden) en wachtruimtes. Later werd er een klooster (Capucijnen), een kerk en verpleeghuis aan toegevoegd door Johann Jacob Herr von Eltz-Kempenich. Thans is in de gebouwen een regionaal cultureel centrum gevestigd.

De spits van de barokke Martinskirche[2] overheerst de Altstadt. Voor de kerk heeft men uitzicht op de Altstadt, de rijksburcht en op het Keltisch-Romeins kerkhof met wachttoren. De oorspronkelijke kerk was er waarschijnlijk al bij het ontstaan van Cochem in 866; in 1452 werd ze vergroot. De gotische toren werd later vervangen. In 1930 werd er nogmaals een stuk aangebouwd. In 1945 werd ze, op het koor na, vernield en in 1951 weer opgebouwd. In 1963 kwam de nieuwe klokketoren klaar. In 1978 werd het klooster door de parochie aan de stad geschonken, die het omgebouwd heeft tot cultureel centrum.

Op de Marktplatz leveren het barokke stadhuis (1739) en de stadsbron met de H. Martin hun bijdrage aan de “Moselromantik”.

Vanaf de Klosterberg heeft men uitzicht op de omliggende heuvels: Klottener Höhe (Wildpark) met stoeltjeslift naar het Pinnerkreuz (uitzicht op het Endertthal), de Hubertushöhe, de Lescherlinde en de Winneburg (1250 gebouwd door uitgestorven geslacht Winneburg - ruïne, tot 1932 eigendom v. Fürst Metternich, daarna stadseigendom), het latere stamslot van de vorsten von Metternich-Winneburg.

Langs de stadsmuur gaat het naar de Obergasse, met een mooi vakwerkhuis (1704). In het Branntweingässchen staat een gerestaureerd vakwerkhuis dat de brand van 1689 heeft overleefd.

De Reichsburg Cochem (1100) vormt het referentiepunt en hét symbool van Cochem.

De imponerende burcht staat bovenop een steile rots boven de Moezel en werd door Pfalzgraaf Enno gebouwd. In 1151 verwierf Keizer Konrad III, met geweld, het bezit over de burcht. In 1294 gaat het “Rijksbezit” over in handen van de keurvorsten van Trier. Net zoals zovele andere burchten wordt ook de Rijksburg in 1689 verwoest tijdens de Pfälzische erfopvolgingsoorlogen. Door opheffing van het keurvorstendom Trier kwam de burcht, ondertussen ruïne, in handen van de Fransen en later de Pruisen. De Pruisische hugenoot Louis Ravené kocht in 1868 de ruïne, die weer werd opgebouwd volgens de oude plannen. Sinds 1978 is de stad Cochem eigenaar. De Bergfried (woontoren) stamt nog uit de 11e E, maar werd in de 14e E ommanteld en verhoogd. De zgn heksentoren en de keldergewelven zijn eveneens nog 11e eeuws.

Binnenin heeft de ruimte haar ME aankleding behouden: meubilair, wandtapijten, houtkachels en een indrukwekkende kunstverzameling uit de Renaissance (plus olieverfschilderijen uit de 18e-19e E).

Gasterey nach Art der alten Rittersleut”: vooraf worden de deelnemers door de burcht gegidst. Daarna volgen roggebrood met griesmeel, rundvleessoep, kalkoenborst, brot, kaas, wijdruiven, noten en gebak.

In het hoogseizoen ook demonstraties met afgerichte valken.

Achter (boven) de burcht staat de 550-jarige Lescherlinde (ook vanachter het station zichtbaar), die als natuurmonument erkend is. Boven Cond ligt het natuurgebied Brauselay.

In de Omgeving. Onder de burg leidt een pad naar de St. Rochus pestkapelle (1680, ook Peterskapelle genoemd). De kapel is een halfronde zaalbouw. 5km verder, bij Klotten ligt de Burgruine Coraidelstein (oorspronkelijk een romeinse vesting), met een verzameling munten en keramiek uit de 3e-5e E. Coraidelstein maakte deel uit van een hele keten Romeinse militaire steunpunten voor de bewaking van de Moezel en het doorgeven van berichten.

Benediktijnerklooster Ebernach (Sehl). Opgericht in 1130 als een schenking van ridder Johann von Evernach en zijn gade Mechthild aan de abdij van Maria Laach. In 1802 hief Napoleon het klooster op en in 1862 kwam het in bezit van de Franciskanen van het H. kruis.

Historische mosterdmolen (1810). Wolfgang Steffens, Stadionstrasse 1, 56812 Cochem. Tel. 02671 607665 www.senfmuehle.net Productie, recepten, gourmet. Proeven op roggebrood.


[1] Genoemd naar de Aartsbisschop van Trier, Balduin von Luxemburg (broer van Keizer Hendrik VII), die in 1328 door Gravin Loretta von Sponheim gevangen werd genomen (waarna Loretta door Paus Johannes XXII, Avignon in de ban werd geslagen) en pas na 6 weken na betaling van een hoog losgeld werd vrijgelaten.

[2] St Martinus (v. Mars) Romeins soldaat uit Hongarije (316-397), was bisschop van Tours en is de nationale heilige v. Frankrijk. Ontmoette aan stadspoort v. Amiens bedelaar, aan wie hij de helft van zijn mantel gaf à symbool christelijke naastenliefde. Stierf op 83 jarige leeftijd aan koortsen. Begraven in de basiliek van Tours, maar sommige delen van zijn skelet werden verkocht als relikwie, om. Dom v. Utrecht en St. Servaas, Maastricht.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen